<bgsound src="kinderliedjes" loop="true">

 

Betekenis namen

Stan: is afgeleid van Constans (Latijns), wat de standvastige betekent,
Thomas: (Hebreeuws): tweeling,
Colin: is afgeleid van Nicolaas (Grieks), wat overwinnaar met (of van) het volk betekent,
Renatus (Latijns): de wedergeborene.

 

Sterrebeeld Maagd

24 augustus tot en met 23 september

Maagdbaby'tjes worden vaak in een sfeer van werkende ouders, dienstbaarheid en nuttigheid geboren en als ze straks zelf wat ouder worden kun je al snel merken dat ze graag willen helpen met al die bedrijvigheid om hen heen. In sommige gevallen zijn de Maagdgeboren kinderen erg gesteld op zuiverheid, netheid, orde en regelmaat in de omgeving, maar in de meeste gevallen is het eerder een kwestie van een goed geordende mentale geest. Maagdgeboren kindertjes zullen dan ook al snel laten merken dat ze heel intelligent zijn!
Het Maagdbaby'tje houdt van een beetje routine, maar zal het niet snel laten merken als er iets mis is. Ze hebben eerder de neiging om eventueel ongenoegen uit te leven in een poosje ziek zijn - en het kan goed zijn dit gedrag niet overmatig te belonen door extra aandacht. Integendeel, geef het Maagdbaby'tje normaal volop de aandacht, warmte en liefde als onderdeel van de dagelijkse routine!
Maagdbaby's zullen snel van begrip blijken te zijn en later erg gevoelig voor logische argumenten. Ze zijn niet direct gesteld op luxe, eerder op eenvoud. Maagdgeboren jongetjes kunnen al heel jong een technische vaardigheid aan de dag leggen en het leuk vinden om allerlei instrumenten uit elkaar te peuteren en dan weer precies in elkaar te zetten.
Maagdgeboren meisjes richten deze vaardigheid vaak eerder op een vermogen nuttige dingetjes te maken.
 

(Ook andere baby's kunnen Maagdkarakteristieken vertonen, namelijk als ze geboren zijn met de Maan in het teken Maagd.)

Het element van het Maagdkindje: aarde.
Hun geschenk aan de wereld: dienstbaarheid.
Hun kleur: wit.

 

XX en XY

Nog even wat over de X en de Y ! Door toeval is er op een bepaald moment net die ene eicel aan het rijpen (of misschien wel twee). En toeval zorgt er ook voor dat nu juist die ene zaadcel (één van die miljoenen die om die ene eicel vechten) samensmelt met de eicel. Die ontmoeting zal bepalen hoe het kind dat dan ontstaat er straks uit gaat zien. Want zijn of haar karaktertrekken, uiterlijk en andere erfelijke eigenschappen ontstaan door de combinatie zaadcel en eicel. En er zijn natuurlijk vele combinaties mogelijk en daarom kunnen broertjes en zusjes (dus ook wanneer het om een twee-eiige tweeling gaat) heel erg van elkaar verschillen. Genen bevatten al onze erfelijke eigenschappen. Ze zitten op staafvormige stukjes eiwit (chromosomen) in elke cel van ons lichaam. Elke cel heeft 46 chromosomen, 23 paar. Maar zowel eicellen als zaadcellen hebben slechts de helft van dit aantal. Daarom is het mogelijk een nieuw mens te creëren. Want samen zijn ze weer compleet tot 23 paar chromosomen, de eicel levert de ene helft de zaadcel de andere helft. Het 23e paar chromosomen zorgt voor het geslacht van de baby. En het meest belangrijke: de zaadcel bepaalt wat "het" gaat worden. Dus de man heeft dus wel degelijk een hele belangrijke functie, hahahaha ! Het 23e paar chromosomen is bij een vrouw XX, dus een eicel draagt altijd een X bij zich. Mannen hebben als 23e paar chromosomen echter XY. De zaadcel kan dus een X of een Y bevatten. Wordt de eicel bevrucht met X dan krijg je een kind dat XX heeft dus een dochter. Wordt de eicel bevrucht met Y dan wordt het XY en dan krijg je dus een zoon. Het is zo wel een heel technisch verhaal geworden, maar dit verklaart weer wel het een en ander over X en Y !

 

Steeds meer meerlingen
Het aantal tweelinggeboorten is in ongeveer 25 jaar verdubbeld. In 1976 werden ongeveer 1800 tweelingen geboren, bij een op de 103 bevallingen was het raak. Vorig jaar was dat aantal verdubbeld tot 3600 tweelingen, bij een op de 55 bevallingen. Dat blijkt uit gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag 2 augustus 2004 heeft gepubliceerd. De stijging is volgens het CBS mede een gevolg van het toepassen van moderne medische technieken zoals invitrofertilisatie (IVF) om vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen te helpen bij het krijgen van een kind.

Statistieken
Er worden in Nederland steeds meer tweelingen geboren. Dit blijkt uit de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal tweelingen is gestegen van 2.250 in 1987 tot 3.245 in 1997. Daarnaast werden er nog tientallen drielingen en enkele vier- of vijflingen geboren. In 1987 waren er totaal 185.341 geboorten waarvan 2.305 meerlinggeboorten, (dit is 1,244 %). In 1997 waren er totaal 186.701 geboorten waarvan 3.328 meerlinggeboorten, (dit is 1,783 %). We mogen aannemen dat deze stijging te maken heeft met de toename van het aantal hormoonbehandelingen. De samenstelling van alle tweelingen is de laatste tien jaar ongeveer gelijk verdeeld geweest. Zowel 2 jongens, 2 meisjes of jongen en meisje kwamen dus voor 1/3 van het aantal tweelingen voor.

Eén- of twee-eiig: het verschil
Ongeveer één op de drie tweelingen is eeneiig, de overige tweelingen zijn dus twee-eiig. Als bij de eisprong niet één maar twee eitjes vrijkomen die vervolgens elk door een zaadcel worden bevrucht, is er sprake van een twee-eiige tweeling. Het erfelijk materiaal van een twee-eiige tweeling kan, net zoals bij een broertje en zusje, totaal anders zijn. Een twee-eiige tweeling hoeft dus helemaal niet op elkaar te lijken, maar het kan wel. Twee kinderen van verschillend geslacht zijn altijd twee-eiig. De kans op een dubbele eisprong is echter wel erfelijk bepaald, daarom komen twee-eiige tweelingen in bepaalde families vaker voor. Bij een bevruchting van een eeneiige tweeling smelten een eicel en een zaadcel samen tot een cel die zich vervolgens in tweeën splitst. Bij ongeveer eenderde van de eeneiige tweelingen gebeurt dat een dag of drie, vier na de bevruchting en beide kinderen kunnen dan een eigen vruchtzak en placenta ontwikkelen. Bij de meeste eeneiige tweelingen vindt de splitsing iets later plaats: tussen de vijfde en de negende dag na de bevruchting. De embrio's hebben dan wel elk hun  eigen vruchtzak, maar delen het buitenste vruchtvlies en hebben samen een placenta. Het komt dan geregeld voor dat via de bloedvatverbindingen in de placenta de bloedsomlopen van beide kinderen met elkaar verbonden zijn. In een enkel geval vindt de splitsing, pas na de tiende dag na de bevruchting plaats. Beide kinderen delen dan zowel de vruchtzak als de placenta met elkaar. Hoe meer tijd er zit tussen bevruchting en splitsing, hoe groter de kans op complicaties in de zwangerschap. Bij Siamese tweelingen bijvoorbeeld vindt de splitsing pas na twaalf dagen plaats. De celdeling is dan al zover gevorderd, dat beide embrio's gedeeltelijk met elkaar vergroeid zijn.

Handig om te weten
Eéneiige tweelingen zijn soms gespiegeld aan elkaar. Het ene kind is bijvoorbeeld linkshandig en het andere rechtshandig. Na de 35e van de vrouw heb je meer kans op een tweeling. Dat vrouwen die op latere leeftijd zwanger worden, een grotere kans hebben op een tweeling, was wel al langer bekend. Vrouwen jonger dan 25 hebben bijvoorbeeld 1 % kans op het krijgen van een tweeling. Is de vrouw ouder dan 35, dan is dat ruim 2 %. Met andere woorden: de kans dat je een tweeling krijgt, is na de 35e van de vrouw verdubbeld. Maar hoe komt dat? Dit is onderzocht en waarschijnlijk is het FSH hormoon hiervoor verantwoordelijk. Dit hormoon, dat door de hersenen wordt afgegeven, 'bepaalt' hoeveel en welke eitjes bevrucht worden. Bij vrouwen boven de 35e blijkt er meer FSH vrij te komen, waardoor er meer eitjes kunnen worden afgegeven. Daar staat tegenover dat er bij vrouwen van die leeftijd minder eitjes beschikbaar zijn. De kans dat ze zwanger raken is dus minder groot. Je kunt dit hele proces vergelijken met een hand die in een ballenbak graait. FSH is de hand die de ballen, de eitjes in dit geval, pakt. Hoe groter de hand, hoe groter de kans dat er meer eitjes in één keer gepakt kunnen worden en je een meerling krijgt. De ballenbak is dus weliswaar aardig leeg, maar de hand is groter.

Tweetalig?
Wist je dat 40 % van de tweelingen tussen de anderhalf en tweeënhalf jaar een eigen taaltje heeft? Vaak is het taaltje verdwenen voordat je het goed en wel in de gaten hebt, doordat de kinderen in dezelfde tijd ook gewoon leren praten. Hoe meer je met je kinderen praat, liedjes zingt en voorleest, hoe sneller de kinderen hun taaltje kwijt raken. Vaak vullen tweelingen elkaar aan: de een begint een verhaal, de ander maakt het af. Laat een kind dat met een verhaal begint het uitpraten. En daarna mag de ander zijn of haar ervaringen vertellen.

Andere wetenswaardigheden voor degenen die het interessant vinden:
wisten jullie dat: